Logo
DPAD
Distributed Particle Accelerator Design

Inhoudsopgave

  1. Algemeen
    1. Het doel
    2. De organisatie
    3. Security
  2. Meedoen
    1. Subteams
    2. Registratie
    3. Systeemeisen
    4. Automatisch opstarten
  3. De client
    1. Configuratie
    2. Windows
    3. Linux / *NIX
    4. Monitoring
    5. Dial-up
  4. Hoe het werkt
    1. De resultaten
    2. Quarantined results
    3. Verzenden van resultaten
    4. Het samenstellen van een configuratie
    5. De sample results bestanden
  5. De stats
    1. Waardering
    2. Megaflushen

Algemeen

DPAD is een distributed computing project dat zich bezig houdt met het simuleren van een deeltjesversneller. De home page van het project is te vinden op http://www.stephenbrooks.org/muon1/.

Het doel

Het experiment waar dit project aan meewerkt, heet de Neutrino Factory. Dit project zal zo rond het jaar 2015 worden opgezet. Het onderzoek zal zich in hoofdzaak richten op het onderzoek naar neutrino's. Neutrino's zijn fundamentele deeltjes. Dat wil zeggen dat de wetenschap er (tot op heden) vanuit gaat dat ze niet opgebouwd zijn uit nog kleinere deeltjes. Het onderzoek richt zich op de vraag of neutrino's onderweg van type kunnen veranderen (want er zijn drie typen), en of ze een massa hebben. Als dit het geval blijkt, willen de wetenschappers natuurlijk weten wat die massa precies is.

Het project zal dit onderzoek naar de neutrino's verrichten door op verschillende plaatsen op aarde meetstations te bouwen en vervolgens van het ene naar het andere station neutrino's af te schieten. Dit lijkt onmogelijk, maar bedenk dat een neutrino een bijzonder deeltje is: het is zo klein, dat de kans ongelofelijk klein is dat een neutrino ergens tegenop botst. Het gaat dus gewoon langs de kern van een atoom, zo tussen de elektronen door. Iedere seconde gaan er miljarden neutrino's door je lichaam, maar je merkt er niets van, simpelweg omdat je niet wordt geraakt!

De reden

Wetenschappers willen allereerst meer over dit deeltje te weten komen omdat het zo'n beetje het meest voorkomende deeltje in het heelal is. Verder zou het hebben van een massa kunnen betekenen dat het heelal uiteindelijk weer in elkaar valt. Implodeert, dus. Verder kan deze informatie gebruikt worden om een beter beeld te krijgen van hoe het universum is ontstaan. De "hoofdmachine" die voor dit project gebouwd gaat worden, heeft meerdere doelen. Dat mag ook wel, want de kosten worden geraamd op ten minste 1,9 miljard dollar. Naast het neutrino-onderzoek zal er ook gekeken worden of radioactief afval kan worden geneutraliseerd door de stof om te zetten in stabiele elementen.

De methode

Het experiment gaat als volgt in zijn werk. Allereerst worden er protonen op een plaat afgevuurd. Dit is waar de client begint met rekenen. Dit afvuren van een proton zal ook bij het onderzoek naar radioactief afval worden gebruikt. Als een proton de plaat raakt, komen er pionen vrij, welke vervallen naar muonen. De muonen gaan naar een speciale opslagring waar ze uiteen zullen vallen in elektronen en neutrino's. Dit is het belangrijkste van het hele experiment. De pionen moeten zo goed mogelijk samen gevoegd worden terwijl ze in muonen vervallen. Hoe beter dit lukt, hoe beter de rest van het proces zal verlopen. Als dit proces niet efficiënt genoeg verloopt, zal er geen subsidie voor het project vrijkomen. De mensen die aan het project meedoen hebben echter de verwachte efficiëntie al verdubbeld. De kans is dus groot dat de machine gebouwd gaat worden. Om de zoveel tijd zit het project in een fase waarin geen betere resultaten meer worden geboekt. Daarom wordt er bijna continu gewerkt aan een andere client/simulatie, die dan een ander deel van het vervalproces zal gaan onderzoeken, of die een geheel andere techniek van pionclustering zal gaan optimaliseren.

De organisatie

Dit project wordt geheel geleid door een wetenschapper aan de universiteit van Oxford, Stephen Brooks. Hij rapporteert eens in de zoveel tijd aan de leiding van het Neutrino Factory experiment (tijdens symposia). Uiteindelijk is hij met dit project slechts een van de vele mensen die aan het experiment meewerken.

Security

Je hoeft voor dit project niet eens je e-mailadres op te geven! Je blijft dan ook geheel anoniem. Het enige is dat je wel een gebruikersnaam moet kiezen waarmee je in de statistieken komt.

Er zijn tot op heden geen gevallen bekend van beveiligingslekken in de client of van illegaal gedrag van de client zelf. Je kan ten allen tijde op het forum contact opnemen met Stephen. Ook kan je hem e-mailen.

Het is in het verleden mogelijk geweest om de source code van de client bij Stephen op te vragen. De laatste tijd is daarover echter helemaal niets meer ondernomen. Dit kan aan het gebrek aan belangstelling voor een port liggen. Waarschijnlijker is echter dat de source niet meer vrijgegeven wordt vanwege de toegevoegde checksum code die cheaten tegen moet gaan. Mocht je toch de source code aan Stephen vragen en deze krijgen, houd deze dan voor jezelf!

Meedoen

Het is vrij simpel om aan dit project mee te doen. Doe het volgende voor een correcte installatie van de Windows client, en voor een goede aanmelding bij de Dutch Power Cows:

Subteams

Als je met meerdere personen als een subteam aan dit project mee wilt doen, dan kan het subteam drie dingen doen. De eerste van de drie hieronder opgesomde mogelijkheden heeft de voorkeur. De laatste wordt gewoon geheel afgeraden.

Registratie

Je hoeft je op de website nergens speciaal aan te melden. Je moet enkel je naam in user.txt te zetten (zie Meedoen).

Systeemeisen

De client heeft op het moment wat problemen op Windows 9x computers. Waarschijnlijk geldt dit probleem alleen voor AMD processoren. Verder stelt de client geen zware hardware eisen. Er is naast een Windows client geen andere beschikbaar. wanneer je dpad onder linux wilt draaien zul je hier voor het via wine moeten doen. Wanneer jij denkt dat je een port naar een ander OS kunt maken, lees dan wat ik bij Security heb geschreven over de source code.

Automatisch opstarten

Het kan handig zijn om de client automatisch te laten starten wanneer je de computer opstart. Dat kun je doen door een snelkoppeling te plaatsen in de map 'Opstarten' of 'Startup' (als je een Engelse versie van Windows hebt) in het menu Start onder 'Programma's' of 'Programs'. Het nadeel van deze methode is dat de client dan niet draait wanneer er niemand is ingelogd of meerdere keren tegelijk draait als er meerdere mensen op de computer zijn ingelogd (dat is eigenlijk nog vervelender, als de client is geconfigureerd om periodiek z'n werk op te slaan). Het is daarom handiger om de client als een service te installeren (alleen mogelijk met Windows NT/2K/XP). Hiertoe is een installatiescript gemaakt dat je kunt downloaden als een zip-, tar-, tgz- of tbz-bestand. Bij deze scripts vind je een bestand readme.txt. Hierin staat uitgelegd hoe je de service installeerd.

De client

De client wacht standaard totdat er 100kB aan data is gegenereerd voordat deze resultaten verstuurd. Dit kan lang, of op sommige computers zelfs een eeuwigheid duren (hele snelle computers doen dit echter in een zucht en een scheet). Daarom kun je met het programma manualsend.exe al je resultaten tot dan toe ook versturen (mits results.txt tenminste 10kB groot is. Ook manualsend verstuurd niets beneden die grootte). Je staat dan waarschijnlijk binnen een paar uur, maar normaal gesproken ten minste binnen een dag in de statistieken.

Als je wilt zien hoeveel results je hebt gegenereerd sinds de laatste keer dat je ze hebt verstuurd, kun je in results.txt kijken. Dat geeft je een globaal idee. Er is ook het programma viewresults.exe, waarmee je wat meer informatie kan krijgen. Druk daarin op F om je results te zien. Zie Monitoring voor meer informatie hierover.

Configuratie

Er valt weinig aan deze client in te stellen. Alle opties zitten in de file config.txt.

Windows

De windows client kun je installeren zoals dat bij Meedoen staat beschreven. Er zijn vier Windows versies: een grafische, een console, een verborgen (background) versie en een screensaver. Als je de client als service wilt draaien, zie dan Automatisch opstarten. Merk op dat deze Windows clients de enige zijn die door Stephen Brooks persoonlijk (kunnen) worden ondersteund.

Linux / *NIX

Om dit moment zijn er geen recente Linux versies van de client. Deze zijn er in het verleden wel geweest. De huidige Windows clients zijn onder Wine te gebruiken. Het schijnt dat je met de juiste instellingen ook de grafische client kan draaien.

Monitoring

Bij de client wordt het programma viewresults.exe geleverd. Hiermee worden de bestanden results.dat en results.txt grafisch weergeven. Als je het programma opstart wordt standaard de inhoud van results.dat ingelezen en wordt het voorkomen van resultaten binnen een bepaald percentagebereik in een staafdiagram weergegeven. Door met je muis van links naar rechts te gaan, kun je zien welke resultaten wanneer werden toegevoegd. Links is het eerste resultaat in het bestand, rechts is het laatste resultaat. Met F kun je switchen tussen de weergave van results.dat en results.txt. Linksboven in het scherm staat de naam van het weergegeven bestand, het getoonde en het totaal aantal resultaten. Daaronder staat het hoogste percentage van de weergegeven resultaten. Met de spatiebalk kun je switchen tussen de resultaten van verschillende typen simulaties.

Met A kun je tussen het staafdiagram en de advanced information switchen. In dit scherm zie je wat in eerste instantie een 2d-grafiek lijkt met willekeurige punten erin. Als je echter je muis over de grafiek sleept, zul je zien dat deze 3d is :). Met de eerste drie kolommen aan de rechter kant kun je voor elke as aangeven welke info deze weergeeft. Je kan kiezen uit het resultaatnummer, het percentage, het aantal runs (voor rechecks) en iedere magneet in het parcours. De vierde, meest rechter kolom werkt precies hetzelfde, maar de verschillende waarden worden onderscheden d.m.v. kleuren. Zo kun je kijken wat alle configuraties in je results.dat of results.txt gemeen hebben. Je kan deze info gebruiken als je zelf een configuratie samen wilt stellen (zie Handmatig een configuratie maken). Met P kun je de grootte van de punten wijzigen. Je kunt de grafiek ook met de pijltjestoetsen draaien. Verder kun je met de muis op een bepaald punt in de grafiek gaan staan om de exacte waarden op de drie assen weer te geven.

Vanuit het staafdiagramscherm kun je met H switchen naar de results history graphs. Daar kun je verschillende dingen zien over het percentage (de transmissie) naarmate er meer resultaten bij komen.

Verder heeft [SG]Herb een klein programmaatje gemaakt waarmee je kan berekenen hoeveel punten de resultaten in results.txt in de stats zullen opleveren. Download deze tool hier en gebruik het om eventueel je punten te tellen voordat je de resultaten verzend. Zo kun je controleren of alles goed is gegaan. Het programma zelf spreekt voor zich.

Ook heeft [SG]Herb een programmaatje geschreven waarmee je tegelijkertijd meerdere clients kunt beheren. dit programmaatje is hier te downloaden.

Dial-up

Je kan dit project uitstekend doen zonder over een vaste internet verbinding te beschikken. Alles wat de client berekent begint met een aantal willekeurige beginwaarden. Er hoeven dus alleen resultaten teruggestuurd te worden. Je kan zelf bepalen wanneer dit gebeurd met het programma manualsend.exe. De client probeert ook te verzenden bij een grootte van 100 kB van de file results.txt, maar tegen die tijd heb je allang al weer eens je email gechecked ;). Deze autosend optie kun je uitzetten in de file config.txt. Zie daarvoor de Configuratie opties van de Client.

Hoe het werkt

De korte uitleg is dat de client configuraties van een deel van een elektronenversneller test door de werking hiervan te simuleren.

En dan nu de lange uitleg. Het is handig om hiervoor eerst van een aantal bestanden te weten wat ze betekenen:

Wat het programma doet, is het virtueel afschieten van protonen op een bepaald oppervlak. Hierbij komen pionen vrij. Daar begint de client met rekenen. De pionen vervallen uiteindelijk allemaal naar muonen. Dat gebeurt niet in een keer. De ene pion vervalt veel eerder dan de ander. De pionen gaan alle kanten op. De deeltjesversneller bestaat echter uit een ring waarin de deeltjes rondzweven nadat ze er via een buis in zijn geschoten. De pionen moeten dus naar een punt gedirigeerd worden. De bedoeling is dus dat er één straal van pionen c.q. muonen ontstaat. Dit is onmogelijk. Het is echter wel mogelijk een (klein) gedeelte van de deeltjes de goede kan op te sturen. Daartoe bevat het gedeelte van de deeltjesversneller dat gesimuleerd wordt vele magneten. De sterkte van deze magneten kan gevariëerd worden. We spreken bij dit project over een configuratie als een combinatie van sterkten van de magneten. De client simuleert het effect van zo'n configuratie en geeft uiteindelijk de uitkomst van de simulatie als het percentage van deeltjes dat op een juiste manier het einde van het parcours heeft bereikt. Dit heet het resultaat of result op z'n Engels. Er zijn naast de verschillende configuraties van de magneten ook verschillende typen parcours. Niet ieder parcours heeft evenveel of dezelfde magneten.

De resultaten

De resultaten worden in results.dat en results.txt opgeslagen en ziet er ongeveer zo uit:

tantalumrodz=500;tantalumrodr=189;s1l=999;s1f=999;.....;s28f=999;d28l=000;sfinall=998;sfinalf=999;#runs=5;
9.249522 (1640.4 Mpts) [v4.32b] {52B18C32} <SolenoidsTo15cm>

Op de eerste regel staan alle parameters die samen de gesimuleerde configuratie voorstellen. Je ziet telkens een woord gevolgd door een is-teken en daarachter een getal tussen 000 en 999, afgesloten door een puntkomma. Ieder van deze parameters stelt één magneet voor. De waarden 000 tot 999 stellen de sterkte van de magneet voor. Niet ieder result heeft evenveel parameters. Het kan zijn dat er achter de lijst met parameters nog #runs=X; staat. Dit houdt in dat het een resultaat betreft dat X maal gesimuleerd is. Zie Quarantined results voor meer informatie hierover.

Op de tweede regel staat als eerste waarde het percentage van de deeltjes dat het parcours succesvol heeft afgelegd. Als dit een configuratie betreft die meerdere malen gesimuleerd is, dan is dit percentage het gemiddelde van de gevonden percentages bij de afzonderlijke simulaties. Hoe hoger dit percentage, hoe beter. Het tweede getal is het aantal Mpts van de simulatie. Bij een gerecheckte configuratie is dit het totaal van de Mpts van alle simulaties. Mpts staat voor Millions of particle-timesteps. Deze waarde is een indicatie voor de hoeveelheid rekenwerk dat nodig was om tot het resultaat te komen. Dit is daarom ook de maatstaf die in de statistieken gehanteerd wordt om users te beoordelen.

Op de tweede regel staat verder de versie van de client vermeld waarmee het resultaat is berekend. Daarna volgt een checksum om het resultaat te controleren. Dit is om technische fouten en eventuele cheaters op te sporen. Tot slot wordt het type simulatie vermeld.

Quarantined results

Sommige resultaten worden in quarantaine geplaatst. Dit houdt in dat het resultaat niet naar results.dat en results.txt wordt geschreven, maar naar queue.txt. Vervolgens wordt dezelfde configuratie nog een aantal maal gesimuleerd. Het aantal rechecks is afhankelijk van wat is ingesteld in config.txt (zie Configuratie). Na iedere recheck wordt het berekende percentage aan queue.txt toegevoegd en het aantal Mpts bij het reeds aanwezige getal opgeteld. Het opnieuw simuleren van configuraties is dus absoluut niet nadelig voor je score in de stats, je krijgt gewoon heel veel punten voor het gerecheckte resultaat. Als het ingestelde aantal rechecks is gedaan, worden de gevonden percentages gemiddeld en wordt het resultaat in results.dat en results.txt opgeslagen. Het bestand queue.txt wordt dan weer verwijderd. Vervolgens begint de client aan een nieuwe, andere simulatie.

Verzenden van resultaten

Het verzenden van resultaten gaat in principe vanzelf als je 100kB bij elkaar hebt berekend, tenzij je die optie hebt uitgeschakeld (zie Configuratie). Je kan je resultaten ook handmatig verzenden met het programma manualsend.exe. Hiervoor hoef je geen 100kB aan data te hebben, maar er is wel een minimum van 10kB. Een results.txt kleiner dan 10kB kun je dus enkel versturen door deze met een andere results.txt te mergen (let op de linebreaks!!!) of de file handmatig te uploaden. Deze documentatie gaat daar verder niet op in.

Bij het verzenden van de resultaten wordt het bestand results.txt verzonden. Als de transmissie geslaagd is wordt results.txt vervolgens verwijderd.

De eerste keer dat er resultaten verzonden worden, wordt er het bestand servers.csv gedownload en opgeslagen in de directory van het programma. Hierin staat een lijst met FTP servers waarnaar de resultaten kunnen worden verzonden. Er zal een willekeurige server uit deze lijst worden gekozen. Als de gekozen server offline is, dan wordt er een andere server geprobeerd.

De meeste FTP servers die het project gebruikt, worden niet door Stephen Brooks (de projectleider, zie De organisatie) zelf beheerd. Ze worden beheerd door vrijwilligers die ook aan het project meedoen. Mocht je continu problemen ondervinden met een bepaalde server of de eigenaar van een bepaalde server niet vertrouwen, dan kun je het het adres van de desbetreffende server uit servers.csv verwijderen. Maak het bestand daarna wel alleen-lezen, want anders update de client servers.csv weer, en heeft het dus niets geholpen. Stephen houdt ook een serveroverzicht bij waar je de huidige lijst van servers kunt zien en kunt checken of een bepaalde FTP server wel of niet up is.

Het samenstellen van een configuratie

Er zijn een aantal manieren waarop de client een configuratie samenstelt die vervolgens gesimuleerd wordt. Hier staan er een paar kort beschreven om je een beeld te geven. De volledige lijst staat bij de optie TrialType in de Configuratie. Schrijver dezes weet ook niet precies wat de verschillen zijn.

De voorgaande resultaten haalt de client uit results.dat. De configuraties in deze file bepalen dan ook in grote mate in welke richting toekomstige configuraties zullen evolueren. Meestal gebruikt de client een of twee van de beste resultaten uit de results.dat.

Handmatig een configuratie maken

Je kan ook je eigen configuratie samenstellen. Dit kan handig zijn als je bepaalde parameterwaarden naar het uiterste wil verschuiven (dus bijvoorbeeld 050 naar 000 en 956 naar 999). Je kan dat op de volgende manier doen:

  • Sluit de client af.
  • Verwijder, als deze bestaat, het bestand queue.txt
  • Verwijder, als deze bestaat, het juiste *.sav bestand (zie Hoe het werkt, of verwijder gewoon alle *.sav bestanden).
  • Maak een nieuw plain-text bestand aan met de naam queue.txt
  • Open results.dat en kopieër hieruit het result dat je wilt aanpassen.
  • Plak de tekst in queue.txt
  • Vervang de tweede regel door de tekst
    TEST<SimType>
    Hierbij moet je in plaats van SimType natuurlijk het simulatietype kiezen dat hoort bij de result die je uit results.dat hebt gehaald.
  • Vergewis je er van dat de volgende tekst niet aan het eind van de eerste regel staat:
    #runs=X;
    Waar X een getal is.
  • Pas nu de gewenste parameters op de eerste regel aan. Zorg ervoor dat je telkens getallen van drie cijfers hebt, dus 000 i.p.v. 0.
  • Sla queue.txt op en sluit het bestand af.
  • Start de client weer.

Als je alles goed hebt gedaan, zou de command line versie 'Rechecking quarantined result' moeten weergeven. De background versie zegt uiteraard niets. Na de eerste run, wanneer succesvol, zal het woord TEST in queue.txt vervangen zijn door relevante data zoals bij een normale result.

De sample results bestanden

Op de home page van het project vind je vaak links naar bestanden met een paar honderd resultaten die uit alle ingeleverde resultaten zijn samengesteld. Soms worden er bestNNN bestanden aangeboden. Dit zijn dan de beste configuraties tot dan toe. Het kan ook zijn dat er sampleNNN bestanden kunnen worden gedownload. Deze bestanden bevatten een paar honderd willekeurige resultaten die door alle users van het project zijn ingeleverd.

Als je deze bestanden download, kun je de inhoud toevoegen aan het bestand results.dat in de directory waarin je de client hebt geïnstalleerd. Je kan results.dat ook overschrijven. Waarom dat zo is, kun je lezen onder Het maken van een configuratie. Verder kan de client deze files ook automatisch downloaden en mergen. Zie daarvoor de Configuratie.

Voordelen en nadelen van het gebruik van bestNNN.txt en sampleNNN.txt

Als je bestNNN.txt of sampleNNN.txt gebruikt, dan voeg je resultaten van anderen aan je eigen resultaten database (results.dat) toe. In het geval van bestNNN.txt kan dit aan het einde van het project, als vrijwel de optimale configuratie is gevonden, heel handig zijn. Dan proberen veel mensen configuraties die veel lijken op de beste configuratie tot dan toe. Zo kan net dat 'laatste beetje' eruit geperst worden.

Maar stel nu dat je deze bestanden al eerder gebruikt, dus als de optimale configuratie nog ver weg is. Dan storten alle mensen zich dus evengoed op dezelfde data, waardoor iedere client in min of meer dezelfde richting gaat zoeken (evolueren). Dit heeft als gevolg dat al vrij snel bepaalde potentieel zeer goede configuraties worden uitgesloten. Het gebruik van de bestNNN.txt is dus eigenlijk alleen aan te raden als je merkt (in de stats) dat er nauwelijks nog configuraties met betere percentages (yields) worden gevonden. Gelukkig biedt Stephen al een tijd geen bestNNN.txt meer aan.

Vanwege bovenstaand probleem is er ook sampleNN.txt. Deze file bevat willekeurige resultaten. Dat is dus al een hele verbetering. Zo worden gevonden configuraties van iedereen door elkaar gegooid. Als iemand een langzame PC heeft, dan kan de sampleNNN.txt ervoor zorgen dat iemand anders met een snelle computer de potentieel zeer gunstige configuraties van de langzame PC in handen krijgt en hierna de evolutie doorzet.

Het voordeel van sampleNNN.txt wordt echter gedeeltelijk teniet gedaan door het feit dat de client geneigd is om bij het genereren van een configuraties de de beste resultaten als basis te nemen. En dus gaan veel clients met de sampleNNN.txt toch van dezelfde data uit; ergo hetzelfde probleem als bij de bestNNN.txt treedt op.

Kortom, laat in ieder geval een gedeelte van de computers die je voor dit project inzet geheel zonder bestNNN.txt of sampleNNN.txt beginnen en geef die clients de kans om de configuraties helemaal in hun eentje te laten evolueren. Dit is in het wetenschappelijk belang van het project. Als je toch met een goede 'highest yield' in de statistieken wilt komen, zet dan op één computer een client met bestNNN.txt/sampleNNN.txt die je regelmatig update. Bedenk dat je in de stats wordt 'afgerekend' op het aantal Mpts dat je hebt berekend. Dit is een maatstaf voor de hoeveelheid rekenwerk die je computer(s) hebben verricht. Wetenschappelijk goede resulaten staan dus helemaal los van statistisch goede resulaten, en omgekeerd (zie Waardering).

De stats

Je vind user statistieken op de statspagina van het project. De DPC'er DukeBox heeft ook statistieken gemaakt, die vind je op http://dpad.qik.nl. Deze stats zijn duidelijker dan die van Stephen. De stats van Stephen worden elk uur geupdate, meestal is dat een paar minuten over het hele uur.

Waardering

Bij de berekening van het aantal punten wordt gekeken naar het aantal Mpts dat voor een resultaat staat. Hoe meer dit er zijn, hoe langer je computer er over heeft gerekend, en hoe hoger de beloning dus is. Deze puntentelling is ingesteld om ervoor te zorgen dat mensen met goede resulaten (hoge percentages) geen voordeel meer hebben ten opzichte van mensen met minder goede resultaten, zoals dat vroeger wel het geval was. Mensen die gebruik maken van een topNNN file (zie De bestNNN.txt en sampleNNN.txt bestanden) hebben daardoor geen echte voorsprong meer. Het aantal Mpts dat voor een resultaat staat kun je zo in je results.txt bekijken (zie evt. Hoe het werkt voor een uitleg). Voor het optellen van al die waarden (mocht je dat willen voordat je je resultaten verstuurd) kun je het beste een tool gebruiken zoals besproken bij Monitoring.

Megaflushen

Je kan bij dit project heel goed Megaflushen. Je moet daarvoor in config.txt aangeven dat de client niet automatisch flushed bij 100kB (zie Configuratie).